Romeinse bindsla is groentezaad van een klein, zeer gesloten slatype met donkergroene, dikke bladeren en een zoete, knapperige smaak. Het gewas groeit traag en wordt in zijn geheel geoogst.
Waarvoor gebruik je het?
- Volle, knapperige kroppen voor salades
- Moestuinbedden waar sla de tijd krijgt om uit te groeien
- Teelt samen met radijzen
- Oogst per krop in plaats van blad per blad
Waar let je op bij de teelt?
Dit type groeit zeer traag, wat betekent dat het lang op het bed staat en dus ruimte en onkruidvrije rijen nodig heeft. Trage groei heeft ook een voordeel: de kroppen worden vaster en zoeter. De grootste risicofactor is doorschieten bij warmte en droogte. Sla loopt minder gevaar zaad te schieten indien ze samen met radijzen wordt gezaaid, en een koele, vochtige bodem helpt eveneens. Wanneer de krop goed gevormd is, snijd je hem met een mes af.
Teelt en oogst
- Zaai in fijne, vochtige en onkruidvrije grond
- Geef de planten voldoende afstand, want de kroppen groeien traag maar vol uit
- Houd de bodem koel en vochtig om doorschieten te beperken
- Zaai radijzen tussen de sla; dat beperkt het doorschieten
- Snijd de krop met een mes af zodra hij goed gevormd is; zaaiperiode en plantafstand staan op de verpakking
Specificaties
- Gewas: Romeinse bindsla, klein en zeer gesloten type
- Blad: donkergroen, dik, zoet en knapperig
- Groeisnelheid: traag
- Verpakking: zaadzakje
Veelgestelde vragen
Waarom schiet mijn sla door?
Door warmte en droogte. Houd de bodem koel en vochtig; samen zaaien met radijzen beperkt het risico.
Hoe oogst ik de krop?
Snijd hem met een mes af zodra hij goed gevormd en vast aanvoelt. Wachten maakt het blad grover.