Sproeieraansluiting is het onderdeel waarmee je een verzonken sproeier flexibel aansluit op de ondergrondse aanvoerbuis van een beregeningssysteem, via een boormal of een T- of L-stuk.
Waarvoor gebruik je het?
- Een verzonken sproeier op de aanvoerbuis aansluiten zonder de buis door te snijden
- De hoogte en stand van de sproeier corrigeren nadat de buis al ligt
- Een sproeier vervangen of verplaatsen zonder de hele tak open te graven
Hoe werkt het?
De aanvoerbuis ligt zelden precies op de hoogte waar de sproeier moet komen. Een flexibele aansluiting overbrugt dat verschil en laat wat speling toe, zodat je het deksel van de sproeier exact gelijk met het maaiveld kunt zetten. Dat is niet alleen netjes: staat een sproeier te hoog, dan raakt de maaier hem, en staat hij te laag, dan sproeit hij in het gras. De soepele verbinding vangt bovendien zetting van de grond op zonder dat de sproeier scheeftrekt.
Zo monteer je het
- Bepaal de plaats van de sproeier voordat je de buis aanboort of een T-stuk plaatst
- Gebruik de boormal om de aanvoerbuis op de juiste plek aan te boren
- Sluit de sproeier aan en zet het deksel gelijk met het maaiveld
- Spoel de leiding door vóór je de nozzles plaatst
- Controleer het sproeibeeld voordat je de sleuf dichtmaakt
Specificaties
- Functie: flexibele aansluiting van een verzonken sproeier op de aanvoerbuis
- Montage: met boormal of via een T- of L-stuk
- Aansluitmaat: zie de fiche van dit artikel
Veelgestelde vragen
Moet ik de aanvoerbuis doorsnijden?
Niet per se. Met een boormal tap je de buis aan; met een T- of L-stuk werk je in de leiding zelf.
Waarom een flexibele aansluiting?
Om hoogteverschil op te vangen en te voorkomen dat de sproeier scheeftrekt bij zetting of bij aanraking met de maaier.